Windlinten

Van WindParken

Ga naar: navigatie, zoek

Een Windlint is een lange rij windmolens, in het landschap ontworpen volgens onderstaande ontwerp regels.

  • In principe kan een windpark overal in Nederland, en voor het gemak betekent dat overal buiten de bebouwde kom.
  • Bestaande woningen worden zo veel mogelijk vermeden, dus de minder intensief bewoonde gebieden komen het eerst in aanmerking als zoekgebied.
  • Een windpark moet altijd een vloeiende lijn zijn, met windmolens op regelmatige afstanden van elkaar, bijvoorbeeld 600 tot 900 m, ruimer dan nu gebruikelijk is.
  • Lijnen blijven altijd minstens ca 8 km uit elkaar, zodat een kijker in het landschap altijd maar een van de lijnen ziet.
  • Bij een onderbreking in de rij windmolens, moet het vloeiende van de lijn, en het stramien, wel in stand blijven.
  • Omwonenden en inwoners van de regio, moeten de kans krijgen mee te denken en te participeren in het ontwerp van het windlint, en daarna mede-eigenaar kunnen worden. Dit biedt de mogelijkheid dat inwoners van een regio zich kunnen identificeren met hun eigen windmolens.
  • Omdat deze aanpak grotere structuren oplevert, moeten gemeentes samenwerken.
  • Eerst wordt het ontwerp gemaakt, met de inwoners, daarna begint het traject met officiele procedures. Delen van een windlint kunnen als kavel an een initiatiefnemer worden gegund. De windmolens moeten wel ongeveer even groot zijn.
  • De normale milieuregels blijven van kracht, zoals die voor lawaai en flikkering voor huizen in de directe omgeving van een windmolen.

Achtergrond

Het belangrijkste aspect van een windlint is dat het een overzichtelijke structuur in het landschap is. Overzichtelijk is de belangrijkste eigenschap van landschap dat mooi gevonden wordt. Daarom mag er geen ander windlint in de buurt staan. En ook het vast stramien draagt bij aan de overzichtelijkheid.

Dit is ook de fout van veel windparken, die als klonter windmolens op een te klein gebied geperst worden. Ook als 2 windlinten of parken, te dicht op elkaar staan, worden ze te vaak door elkaar heen gezien, waardoor het stramien niet meer zichtbaar is. Een voorbeeld van een te krappe bocht is het windpark langs de A27 bij Almere. Daar volgt een lijn windmolens de bocht in de snelweg. De bocht is echter nogal krap, in windpark termen. Daardoor zien de meeste kijker de windmolens door elkaar heen, en niet meer als eenenkele lijn, en dat is fout.

Een verklaring dat overzichtelijkheid nodig is voor een mooi gevonden landschap is dat in de oertijd mensen toen beter konden zien of het landschap veilig was. En of er goede jachtplekken waren. Hetzelfde gevoel ontstaat als je op een heuvel naar een dal kijkt, de overzichtelijkheid voelt goed aan.

Door een wat ruimere onderlinge afstand te kiezen, is de locatie en wellicht kabel ook geschikt als over 20 tot 30 jaar veel groter windmolens worden gebouwd. Als dan besloten wordt dezelfde locatie gebruiken.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen